Case | 3 nov 2017

Sloop IJsselcentrale Harculo is uitdagende klus

Grootschalige asbestsanering eerste prioriteit

Het is één van de grootste industriële sloopprojecten van de laatste jaren. In Zwolle wordt de gasgestookte IJsselcentrale Harculo na 65 jaar trouwe dienst afgebroken. De eerste horde bestaat uit het verwijderen van asbest en radioactief slakkenwol. Projectmanager John Bolt van ENGIE en asbestdeskundige Herco Brand van RPS vertellen hoe dat met militaire precisie wordt uitgevoerd.

Bij de asbestsaneringen wordt niets aan het toeval overgelaten.

Groot, groter, grootst. Het werkterrein voor de complete ontmanteling van de Centrale Harculo, in de volksmond beter bekend als de IJsselcentrale, is niet in één blik te vangen. In totaal gaat 4,5 hectare tegen de vlakte, ruim negen voetbalvelden. Hiervoor wordt in twee jaar ruim zestigduizend ton aan beton en puin en zesendertigduizend ton aan metaal afgevoerd. Het zijn de restanten van zestig jaar historie van energie opwekken. De eerste eenheden zijn indertijd gebouwd als kolencentrale, maar uiteindelijk zijn ze allemaal omgebouwd naar gas. Inmiddels is het einde van de levensduur van de centrale bereikt en is Harculo niet meer geschikt voor een moderne vorm van energie opwekking.

“Het gebouw heeft veel onderhoud nodig en de staat van de risicovolle materialen die erin verwerkt zijn wordt de komende jaren slechter. We willen niet dat er op termijn een risico voor de gezondheid ontstaat en het opruimen van het gebouw is de enige manier om dat te voorkomen”, legt John Bolt, eindverantwoordelijk voor de realisatie voor de sloop, uit.

450 asbestbronnen 

De technische installaties zijn al uit de fabriek verwijderd. De gebouwen en ketels volgen gefaseerd. De hoogste prioriteit heeft het verwijderen van het asbest en radioactieve slakkenwol bij de oudste ketels van het complex. Met ruim vierhonderdvijftig asbestbronnen wordt daarbij niets aan het toeval overgelaten. “De sanering van de risicovolle stoffen gebeurt voornamelijk binnen het gebouw in afgesloten ruimtes. Dit zal een jaar in beslag nemen, omdat we dit zorgvuldig doen. Hiervoor huren we bewust de expertise van RPS in”, zegt Bolt.

De ontmanteling van de IJsselcentrale is in volle gang.

Uitdagende asbestsaneringen 

Asbestdeskundige en toezichthouder Herco Brand houdt zich vanuit RPS bezig met onder meer de werkplanbeoordelingen, de naleving van wet- en regelgeving en advies. Hoewel Brand toch al wat uitdagende asbestsaneringen heeft meegemaakt, is hij vooral onder de indruk van de ontmanteling van de zes stoomketels met bijbehorende turbines die de energiecentrale kenmerken. Twee van de veertig meter hoge ketels zijn bijvoorbeeld volledig of deels bekleed met niet-hechtgebonden asbest. Het zit als een sandwichpakket in zo’n ketelwand opgesloten. Een uitdaging om te saneren. Zeker gezien de bereikbaarheid.”

Massa 

Hoofdaannemer voor de sloop, Koole Contractors, heeft ervoor gekozen een geavanceerde liftconstructie op het ketelstatief te plaatsen om de met asbest beklede ketels vervolgens te laten zakken. Brand: “Er wordt een vaste containment op de begane grond gecreëerd om het asbest daar in segmenten te saneren. Zo wordt de ketel op de begane grond deel voor deel geamoveerd. Vanaf die plek kunnen de afvalstromen, inclusief het direct ingepakt verontreinigd materiaal, via spoelsluizen naar buiten afgevoerd worden.

De afmetingen van het containment zijn indrukwekkend: vijfenvijftig meter lang, vijfentwintig meter breed, dertien meter hoog. “En dan wordt de ketel aan de binnenzijde nog niet eens meegenomen. De ketel is hol van binnen, een soort waterkoker. Dan heb je twee keer zoveel in kuubs wat je moet verzetten in lucht. Een enorme omvang”, weet Brand.

Radioactief slakkenwol 

Deze grootte en hoe het allemaal gebouwd is, maakt zo’n project volgens de asbestdeskundige interessant. Brand: “Een asbesthoudende flensverbinding op zich is niet bijzonder, maar een cluster van honderden in een procesinstallatie des te meer. Verder kom je nog wat oude asbesttoepassingen tegen die je binnen ons vakgebied niet dagelijks ziet. Dat is leerzaam.”

“Wat het verder buiten asbest uniek maakt, is de aanwezigheid van radioactief slakkenwol. Daar geldt weer hele andere regelgeving voor en er zijn andere autoriteiten die daarop toezien. Ook qua afvoer. Al hangt dat ook wel weer samen met asbest. Je wil het eindbewijs van de eindverwerker dat het netjes is gestort.”

John Bolt (links) en Herco Brand.

Valkuil 

De sloop is gefaseerd opgebouwd in zevenendertig afgebakende gebieden. Dat kan bijvoorbeeld een ketel, machinezaal, bijgebouw of stuk bodem betreffen. ENGIE koos in het proces bewust voor een strak regime. Voor elk van de afgebakende gebieden overlegt Koole eerst een werkplan aan een speciaal ingericht projectteam van ENGIE, waar RPS onderdeel van uitmaakt.

Bolt legt uit: “We kijken eerst of het qua aanpak en veiligheid goed in elkaar zit. Er zijn nogal wat vergunningen verworven voor de slooptrajecten. Voldoet het werkplan aan de vergunningen en de wet- en regelgeving? Zijn alle bescheiden aanwezig? Pas daarna geven wij Koole de vrijgave om tot uitvoering over te gaan. Dat is een continu repeterend proces. In het begin heeft dat wat inspanning gevergd om dit proces met elkaar goed ingericht te krijgen. Gaandeweg merk je dat dit de juiste aanpak is.”

Veiligheid 

ENGIE wil met deze consciëntieuze aanpak voorkomen dat zaken anders worden gedaan dan van te voren is afgesproken. Bolt: “Asbest in risicoklasse 1 is feitelijk het minst gevaarlijk, maar je ziet dat daar toch veel aandacht voor nodig is. Het voorwerk wordt gedaan door de asbestdeskundige die vanuit zijn kennis precies weet waar de gevaren liggen. Ik merk dat zij heel strikt werken. De slopers die het daarna overpakken werken en denken vanuit hun professie weer anders. Je moet er strikt op toezien dat deze fasen zo naadloos mogelijk in elkaar overgaan. Niet alleen voor hun eigen veiligheid, maar ook dat alles goed en volgens de voorschriften verwijderd en afgevoerd wordt.”

John Bolt en Herco Brand in overleg op de projectlocatie.

Veiligheid 

De projectmanager geeft aan dat vanuit de inventarisaties in het verleden bij ENGIE exact bekend is waar de besmette plekken zitten. Ook is alles digitaal gearchiveerd. Al kan dat niet altijd voorkomen dat de zaken die je in de praktijk aantreft soms anders zijn dan vooraf was bedacht. “In dat geval is het even pas op de plaats”, vertelt Bolt.

“Want dit is één van de grootste risico’s. Het is niet vanzelfsprekend dat de beheersmaatregelen die je voor een aanpak hebt bedacht ook passen als de aanpak om wat voor reden dan ook wijzigt. Je moet dan de tijd nemen om de impact van de wijziging op met name de veiligheid vast te stellen en eventueel bij te sturen. Dat is een rol die wij met het projectteam heel bewust en actief oppakken.”

55.000 gewerkte uren 

Een werkwijze die zich bewijst. Na 55.000 gewerkte uren is ‘slechts’ één ongeval te betreuren. “Gelukkig één zonder verzuim en niet asbestgerelateerd”, klopt Bolt af. De herbestemming van het terrein is tot slot nog niet bekend. Het Rijk heeft in het verleden een aantal plaatsen in Nederland aangewezen voor de functie van grootschalige energieopwekking. De locatie Harculo is daar één van. “We denken voor de toekomst aan allerlei vormen van duurzame energieopwekking. Daar zijn echter nog geen concrete plannen voor, besluit Bolt.

Herco Brand

Asbestinventarisatie

Heeft u te maken met asbestverdacht materiaal? Is aanvullend asbestonderzoek nodig voor risicobeoordeling op basis van NEN 2991? Wij ondersteunen u bij de coördinatie binnen de complete asbestketen. Van inventarisatie en advies tot en met saneringsbegeleiding en directievoering. 24 uur per dag, zeven dagen per week.

Deel dit bericht

RPS gebruikt cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Voor meer informatie bekijk ons Privacy en Cookiebeleid.