Luchtmetingen

De gemiddelde Nederlander brengt 80 tot 90% van zijn tijd binnen door. Thuis, maar ook op kantoor, op school, in winkels, ziekenhuizen, verpleeghuizen etc. Het is dan ook van het grootste belang dat het binnenmilieu in deze gebouwen van een dusdanige kwaliteit is dat gebouwgebruikers zich gezond en comfortabel voelen. Dat heeft ook een positief effect op de productiviteit.

Jan Kegelaer

Een goede graadmeter voor het bepalen van de binnenluchtkwaliteit in kantoren is de aanwezigheid van micro-organismen. Veel micro-organismen die normaal gesproken buiten in de atmosfeer voorkomen, worden ook binnen in gebouwen aangetroffen. Ze worden binnengebracht door mens en dier, maar vooral door luchtstromingen. Deze luchtstromingen worden veroorzaakt door het heen en weer lopen van mensen, luchtbehandelingsystemen en drukverschillen. Blootstelling aan micro-organismen en hun giftige bijproducten vindt plaats via ademhaling en contact. Via de ademhaling treden over het algemeen de ernstigste gezondheidseffecten op. Zo kunnen schimmels (schimmelsporen) en bacteriën allergische reacties veroorzaken.

Normstellingen biologische agentia

In het Arbobesluit wordt geen uitspraak gedaan over eventueel acceptabele blootstellingsniveaus. Om de beroepsmatige blootstelling aan levensvatbare micro-organismen toch enigszins te kunnen beoordelen en toetsen zijn door een aantal onderzoeksbureaus in samenwerking met de Nederlandse afdeling van de International Society of Indoor Air Quality and Climate (ISIAQ) toetsingswaarden opgesteld. De geadviseerde toetsingswaarden hebben geen wettelijke status. De arbeidsinspectie hanteert daarentegen als norm (AI9): een totaal van meer dan 10.000 KVE/m3 of 500 KVE/m3 van één soort, wordt als te hoog gezien. De micro-organismen die worden gedetermineerd zijn onderverdeeld in drie groepen die zich onderscheiden in schadelijkheid.

RPS gebruikt cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Voor meer informatie bekijk onze disclaimer.